 |
 |
 








.gif) 
| De aantrekkingskracht van de draaischijf Hoewel mijn ontdekkingsreis met klei is begonnen met boetseren, heeft de draaischijf altijd een aantrekkingskracht op mij gehad. Ik weet nog steeds dat in de eerste of tweede klas van de lagere school er een pottenbakster langs kwam. Ademloos zag ik, samen met de rest van klas, hoe zij bolletjes klei omtoverde tot potten. Wellicht met dit beeld in gedachte, kocht ik op koninginnendag voor een gulden mijn eerste boek over het draaien op de draaischijf; Clark "de pottenbakkersschijf" (1970). Ik wist toen nog zelf niet dat ik door het draaischijf-virus zou worden besmet. Pas jaren later (en veel boeken later) kocht ik, eind 1996 een elektrische draaischijf.
|
 | Niet gehinderd door enige kennis van zaken ben ik begonnen. Met het "throwing pots" boek van Rogers (1995) naast me begon het tot me door te dringen, dat leren draaien wel enige tijd zou gaan duren. Een voordeel was dat ik al ervaring had met klei, maar het draaien was wel een compleet andere techniek. Na veel oefenen en veel gelezen te hebben in pottenbakkers handboeken en boeken speciaal over het draaien, zoals Sellers (1960 en 1998), Colbeck (1969) en Cosentino (1992), maakte ik vol trots mijn eerste gedraaide potjes. Wellicht was mijn eerste beker technisch gezien niet zo'n best product, ik drink tot op heden nog steeds mijn thee hieruit. |
Het ambacht van draaien Ik vind het heerlijk om de klei door mijn vingers te laten dansen, dit is de voornaamste reden voor mij om te draaien. Sinds ik ben gaan draaien heb ik veel meer oog gekregen voor de keramische producten. Ik analyseer welke techniek is gebruikt en, als het gebruiksgoed is, hoe het gebruik zal zijn. Een esthetisch oordeel over de vorm vind ik veel moeilijker. Ik vind een vorm wel mooi of lelijk (of er iets tussen in), maar een onderbouwing daarvan is moeilijk te verwoorden. Sinds ik werk met klei, heb ik er ook meer respect gekregen voor alle daagse voorwerpen. Ik probeer in mijn omgeving meer producten te
verkrijgen die met aandacht zijn gemaakt en maak daar ook met meer aandacht gebruik
van. Mijn koffie verkeerd uit een handgedraaide beker, smaakt beter dan de koffie uit de automaat in plastic bekertje. Nog afgezien van de daadwerkelijke kwaliteit van de koffie, is het feit dat je in rust, met aandacht en respect voor het werk (niet alleen het werk van de beker, maar ook van de koffie en melk die erin zit) het product gebruikt, voor mij van groot belang geworden. Ik vind niet dat alle producten met de hand gemaakt zouden moeten worden, maar ik vind wel dat bij het gebruik het besef er moet zijn hoeveel aandacht en werk erin zou kunnen zitten. Bij handgevormde producten (al dan niet keramisch) is de relatie tot het werk natuurlijk het meest direct en geeft dat een extra dimensie aan de waarde ervan.
|
Steengoed versus aardewerk Op de draaischijf werk ik vooral met steengoedklei. De belangrijkste reden hiervoor is dat mij de glazuren op deze temperatuur meer aanspreken. Over het algemeen hebben steengoedglazuren rustieke, minder
felle kleuren dan aardewerkglazuren. Daarnaast draai ik vooral gebruiksgoed, waarbij waterdichtheid, craquelé vrij, kras- en stootvastheid, van groot belang zijn. Genoemde eigenschappen zijn bij steengoedklei en -glazuur makkelijker te bereiken dan bij aardewerk. Tenslotte heeft steengoed een veel mooiere klank dan aardewerk. |  |
Aardewerk met
felle kleuren geglazuurd vind ik over het algemeen niet mooi, dit past niet bij het "wezen" van de klei (alhoewel het
fel-gekleurde werk van Richard Godfrey wel weer iets heeft, ja op alle regels zijn uitzonderingen te maken). Aardewerk zou naar mijn idee een eerlijke uitstraling moeten hebben, bijvoorbeeld in de traditie van (dit is iets anders dan rechtstreeks gekopieerd) Europees middeleeuws slibgoed. Dit soort werk wordt nog wel gemaakt in Engeland en Frankrijk en is misschien zelfs wel bezig met een come-back. Ik wil in de toekomst nog wel met roodbakkende aardewerkklei gaan draaien, maar door mijn huidige (te) kleine werkplek is meer dan twee soorten klei (rood en wit) voor mij op dit moment niet echt mogelijk. Gebruiksgoed en sierwerk Bij gedraaid werk denk ik vooral aan gebruiksgoed zoals bekers, borden, kannen, kandelaars, bloem- en voorraadpotten etc.. Bij werk van de draaischijf hoort ook een soort van serieproductie. Ik heb mij bekwaamd in dit soort werk, mede omdat ik graag van dit soort producten gebruik. Hoewel gebonden door eisen van gebruik, zijn er talloze ontwerpmogelijkheden. Ik zie de eisen van het gebruik niet als tegenstander van de vorm, maar als bondgenoot. Vaak worden door de restricties van het gebruik, de meest fantasievolle oplossingen in de vorm gevonden. Daarbij komt nog dat gebruiksvormen worden ondersteund door een eeuwen oude traditie en ontwikkeling (het principe dat je ver kunt zien op de schouder van een reus). Een tussenvorm van gebruiksgoed en sierwerk, vind ik de vaas. Een vaas kan (als de vorm dat toelaat) gebruikt worden voor bloemen, maar kan ook zonder. Daarnaast zijn er natuurlijk vazen die niet gebruikt kunnen worden als bloemenvaas en waarbij de vorm daar ook niet voor is ontworpen. Vazen vormen daarbij een zuiver voorbeeld van abstracte kunst daar de vorm geen basis heeft in een figuratieve traditie, maar is ontwikkeld uit een eeuwenoude vormentaal. Ik heb al vanaf het begin veel plezier in het maken van vazen, mede vanwege de vormenvrijheid.
|
 |
Er is veel meer mogelijk op de draaischijf, dan traditionele gebruiksvormen. Gedraaide vormen kunnen worden vervormd en/of worden samengevoegd met andere vormen (al dan niet gedraaid). Vaak zal de vorm gebaseerd zijn op een container vorm, maar dit is uiteraard niet noodzakelijk. Op deze wijze kunnen de meest uiteenlopende (sculpturale) vormen worden gemaakt. |
|
|
|
 |
|
Copyright © 2006-2012, Daniël F. Bende |